maandag 12 september 2016

Levensweg. Het rad van fortuin.

Ach ja, en toen was het leven weer normaal. Zo leek het even.
De jongens kwamen bruin, stralend en gezond terug uit Frankrijk, ik hield ze vast tot ze plat waren en moest ze vrijwel direct weer loslaten.
Want ja, er is een schema gaande he. Het schema van wanneer waar de kinderen zijn, en alles. En het kwam net zo uit, dat ze na de vakantie met hun vader, ook de week daarna eigenlijk weer daar waren. Natuurlijk ging ik langs, plette ze nog een beetje meer, dronk wijntjes met de Voormalige Echtgenoot en zijn Verkering1 en vlak voor de school weer begon kwamen ze bij mij. En daar gingen ze. Groep 8 en groep 3, grote jongens.

In de weken daarvoor had ik me gedragen zoals ik me gedroeg voor ik nageslacht had. Dat hield zo'n beetje in, dat ik pizza at, kommetjes bier dronk en heel erg op zoek was naar werk. Als je eenmaal moeder bent, is het gek leven, zonder kinderen. Ze zijn er wel, maar ze zijn er niet. Ze belden me zo ongeveer elke 3 dagen, waarin we praatten over hun avonturen in Frankrijk, waarin ik hoorde over glaasjes Chablis, over lunch op een terras, over zeilen op het meer en over dansen in de avond bij het animatie team. Ze gingen laat naar bed en sliepen uit, werden onwijs bruin en misten hun moeder heus wel ja.
Ik werd ook bruin op mijn terraske. Ik dronk de wijn uit de aanbieding en ik zag het Zuske en Vriendin2 met grote regelmaat.
Zo her en der zat ik maar weer eens op Tinder, in het kader van de vrijgezelesque status, en verbaasde me keer op keer over een hele hoop dingen van de Nederlandse man in het algemeen, en die online in het bijzonder. Besloot alleen nog maar mensen in Het Echt te ontmoeten. Als dat zo uitkomt. Of gewoon maar even niet. Of ik zie wel.

Ondertussen werk ik in een kroegje in Amsterdam, waar ik me ongelooflijk vermaak. Mocht ik nou een klein zelfverzekerdheidscomplexje gaande hebben, dan is dat op vrijdagavond in elk geval niet aan de orde hoor. Allemachtig. Achter de bar staan en mensen bier doen toekomen, dat is kennelijk het equivalent voor een zorgvuldig ingevuld profiel op een datingsite. Alleen boeit het niemand wat mijn lievelingsdier is, wat mijn lijfspreuk is, of ik al dan niet in ben voor weekendjes weg naar een stad ergens in het land, of ik misschien wel een folterkelder in mijn huis heb en waar het Naburige Dorp ligt, dat maakt al helemaal niet uit. Je bent blond en je tapt bier. Hatseflats, ik had potdikke al zeven keer verloofd kunnen zijn. Verfrissend, is wat ik het noem. Je doet aardig, en dat is het. En waarlijk, daar gaat het feitelijk ook wel om. Natuurlijk zeg ik dat ook altijd tegen de jongens, mocht het onderwerp een keer ter sprake komen.

Totdat we Levensweg gingen spelen. Een aloud gezelschapsspel dat Zoon1 een keer van Sinterklaas heeft gekregen. Afgelopen vrijdag kon ik ook werken, maar de jongens waren hier, en ik vroeg aldus mijn Zuske om te komen oppassen en logeren, zodat ik de hele nacht kon werken. De Zonen blij, want bij het Zuske is het feest, met chips, spelletjes en ze gedragen zich dan ook enorm goed, zo heb ik vernomen.

Ik sloop zaterdag om 05.00 des morgens het huis in, en werd wakker om 11.00, toen Tante1 al met de Zonen naar voetbal was geweest en alles. Ik kan er aan wennen hoor, trouwens.

Na de koffie, besloten wij heel knus een spelletje te doen nog, met ons vieren.
Levensweg.

Maar! Nou! Ik heb werkelijk gebolderd van het lachen, maar ook een beetje gebraakt, stiekem in mijn mond. En soms wilde ik mijn ogen uitsteken en mijn oren afsnijden. Wat een spel.

Iedere speler rijdt in een autootje. (Ik had de roze. Natuurlijk) En dan rijd je door het leven. Met behulp van niet een dobbelsteen, maar een soort rad van fortuin. En daar heb je het al.
Alles draait om geld, in het spel. Je moet op een gegeven moment kiezen voor een weg, die bepaalt welke carrière je zal hebben. Het lot bepaalt. Je kunt kiezen uit twee beroepen, en je kiest aan de hand van je salaris. Zo koos ik voor Piloot, in plaats van Mode Ontwerper. Want ja, het laatste verdiende aanzienlijk minder. Waarop Zoon1 nog gnuivend zei dat hij wel had verwacht dat ik toch voor het minder verdienende beroep had gekozen. (Het is een snugger kind).

Vervolgens rijd je verder in je auto en dan komt het moment dat je kunt kiezen voor een levenspartner. Dat kost mij een lieve duit, ongelooflijk. (Zoals Zoon1 zei: Ik neem een vrouw. Ook al is het een rib uit mijn lijf)

Wij kwamen toen op een knusse discussie, met ons vieren, of je ook kinderen kunt krijgen als je als jongen met een jongen trouwt, bijvoorbeeld.

JA! JA NATUURLIJK! Riepen Zuske en ik om het hardst. Pedagogisch en ruimdenkend als wij zijn.
Om de boel te illustreren koos ik bij mijn beurt voor een vrouw, als lieftallige echtgenote.

Zo reed ik verder, in mijn roze auto, met twee roze poppetjes voorin. En de Zonen met hun vrouwen, en Zuske met hare man.
Je kunt onderweg een huis kopen, wat alleen maar handig is als je meer kinderen wilt dan in je auto passen.

´Mijn kinderen kunnen prima in een auto leven´ Vond Zoon2.
´
Die kinderen kun je alleen krijgen, als je toevallig het rad van fortuin zo draait, dat je op dat vakje terecht komt. En het is geluk hebben hoor, die kinderen, want aan het eind van het spel krijg je een smak geld per kind. Bij wijze van beloning.

Maar als je dus zo draait, dat je de Kinderstraat voorbij rijdt, dan ben je aan het eind wellicht failliet, heb je een huis waar je niks aan hebt en een echtgenoot die alleen maar geld heeft gekost.

Mocht je trouwens eerder in het spel besloten hebben om geen man of vrouw aan je zijde te KOPEN, dan kun je die kinderen sowieso wel vergeten. Ook al kom je drie keer op het Tweelingvakje terecht.

Al met al, een weinig reëel spel. Vooral ook omdat Zoon1 ergens op het bord een plaatje van een sloot ontwaarde en besloot zijn vrouw daarin te kiepen. Wat Zoon2 serieus opnam en bijna ook zijn eega in het diepe gooide, zo vanuit zijn groene auto.

Er zijn ook kaartjes die zeggen dat je zojuist een zwembad hebt gebouwd, en dat kost je dan heel veel geld. Geen eigen mening of zwemdiploma vereist. Heb je het kaartje dat zegt dat je zojuist een feest hebt gegeven, in je beroep van Hartchirurg, dan krijg je van elke speler die minder draait op het rad van fortuin, een tonnetje of wat. Het is de belastingdienst en de overheid op het niveau van 2-4 spelers.

En dat is dan de Levensweg. Mijn leven heeft de kinderen weer. Zoekt werk en staat achter de bar. En moet de jongens eens te meer uitleggen dat niet alles te koop is. Hoewel ze allebei nieuwe gymschoenen nodig hebben. Even het rad van fortuin draaien.




zondag 7 augustus 2016

De kwetsuurvakantie en Zoek je koeling!

Er was dus laatst die keer, dat ik op vakantie zou gaan. Maar ik ging niet. Ik appte Vriendin2 die met diverse flessen wijn de halve nacht aan mijn keukentafel kwam zitten. De volgende morgen schrok mijn buurvrouw zich een ongeluk, omdat ik opeens op mijn terrasske zat met een koffie, in plaats van op een Grieks terras, met ouzo. Zoals de bedoeling was.

Toen mijn moeder belde om te vragen of ik veilig en wel in het hotel was aangekomen, brulde ik eerst even hard, maar klaarde daarna een weinig op, omdat ze mij uitnodigde in Nunspeet. Mijn ouders bezitten sinds kort een vakantiehuis aldaar en zij vond het goed voor mij om eens even gezellig te komen logeren. Aangezien ik zeg maar ook nogal tijd over had ineens, maakte ik de reis daarheen en had een knus samenzijn. Ik knapte er danig van op zeg. Nunspeet! Dat is dus duidelijk the place to be, zo vond ik. En ik besloot om met de Zonen en Zuske daar ook eens fijn een paar dagen heen te gaan, de week daarna. Dat was afgelopen woensdag.

De Zonen hadden er zin in, ik pakte de koffers in, smeerde broodjes, beloofde de hysterische Hond1 dat hij ook mee mocht, besefte me even dat ik voor het eerst alleen met de jongens op vakantie zou gaan, voelde me enorm zelfstandige alleenstaande moeder en alles, beloofde de jongens een grote hoeveelheid ijsjes, en stapte in de trein. Met Zoon1+2, Hond1, drie koffers, twee tassen, mijn fiets en een voetbal. Gaf de jongens ieder hun eigen taak. Zoon1 had de verantwoording over zijn eigen koffer en Hond1. Zoon2 moest zorgen voor zijn eigen koffer, zijn voetbal en beiden moesten beloven mij niet kwijt te raken en in dezélfde trein te stappen als ik deed. Ik had ondertussen mijn fiets, mijn koffer en wat tassen. In Haarlem ontmoetten wij Zuske, die daar instapte en wij hadden vervolgens een rustieke en geanimeerde reis naar Amsterdam.

Och, als wij toen wisten wat wij nu weten.
Dan was ik niet met fiets en al de roltrap op gegaan. Want dat deed ik.
Ik ging in een lift naar beneden, met fiets, koffer, tassen en Zoon2 met zijn koffer. Dat ging redelijk goed. Eenmaal beneden moesten we weer naar boven, en ik was in de veronderstelling dat Zuske en Zoon1 alvast boven waren. Ik vond geen lift. En in mijn feestelijke vakantiestemming, en gevoed door mijn idee van grootse zelfstandigheid, besloot ik niet mijn Zuske te roepen, of amechtig in de rondte te gaan staren, welneen! Ik liep fluks naar de roltrap, zei tegen Zoon2 dat hij even moest wachten tot ik boven was, en daarna zelf op de roltrap mocht, en of hij in gódsnaam wilde proberen niet te vallen.
Hop, slingerde ik mijn koffer in mijn mandje, reed met een heus heel soepel gebaar de hele boel de roltrap op en stapte er achteraan.
En toen, ohh, en toen.
Vrijwel onmiddellijk kapseisde de fiets, ik viel achterover, kletterde in rap tempo door naar achteren, fiets bovenop mij en ik zag geen andere optie dan het op een schreeuwen te zetten.
HELP! HEEEEELP! Deed ik heel meisjesachtig, terwijl ik met benen in nek, rok tot onder mijn kin en met mijn fiets op mijn gezicht ergens in het midden van de trap lag, die heel olijk door rolde, zoals het een roltrap betaamt.

Ergens op dat moment, terwijl ik in blinde paniek en met aanzienlijke pijn daar lag, zette iemand de trap op stop met een noodknop. Trok een persoon de fiets weg en tilde die naar boven, was er een mevrouw die mij van achteren had opgepakt en mij op nogal duidelijke toon vertelde dat ik NIET MOCHT OPSTAAN, want anders zou ik haar ook de afgrond in storten, en hoorde ik onderaan de trap Zoon2 huilen, die natuurlijk had gezien hoe zijn moeder zich bijkans de dood in had gegooid.

Eenmaal boven zag ik mij omringd door het voltallige spoorwegpolitie team, ongeveer driehonderd mensen die stonden te kijken en had ik overal pijntjes. Zoon2 werd naar mij toegebracht door een vrindelijk iemand, en een mevrouw van de NS vroeg wie ze kon bellen voor mij. Ik ken alleen het nummer van Zuske uit mijn hoofd, wat goed uitkwam, want die had ik precies nodig. Zij kwam vervolgens, samen met Zoon1 en Hond1 aangelopen, zich onbewust van het gruwelijke ongeval dat ik zojuist had veroorzaakt meegemaakt. Hogelijk verbaasd dat ze gebeld werd door een NS medewerkert, dat haar zuster ergens op een (verkeerd) perron stond en of ze even wilde komen.

'Waaar was je? Wat doe je?' Wilde ze gaarne weten.
Ik vertelde aldus mijn horror-trap-verhaal, waarop zij werkelijk enorm moest lachen.
'WAAROM GA JE MET JE FIETS OP DE ROLTRAP? BEN JE GEK?' Deed zij daarna niet echt bezorgd, maar volledig terecht.

'Ja, ik weet niet, ghe' Was ik schaapachtig, en we besloten de verschrikte kinderen maar snoep te geven, onszelf een sigaret en ik hinkelde zo'n beetje met mijn geschaafde benen naar een bankje.
Mijn zuske keek mij onderwijl hoofdschuddend aan, blééf maar lachen, waarop er voor mij ook niks anders opzat dan maar hard te grinniken om het geheel. Het kan ook zijn dat ik in een soort shock verkeerde, hoor.

Evenwel zaten wij daarna dan toch in de goede trein, ik deelde broodjes uit, en het leek allemaal redelijk weer op orde te zijn allemaal. Behalve natuurlijk mijn ego, mijn benen en Zoon1 die met zijn ogen rolde en iets mompelde wat heel erg klonk als: Echt hee, mijn moeder weer.

In de trein daarna was het heel druk, maar fiets stond, wij stonden en Zoon2 wilde ineens, van alle weeromstuit wellicht, weten wie eigenlijk de wereld had gemaakt? Dat was zeker een heel knap iemand? Die was zeker nu dood? Net als mamma net bijna?
Voordat ik middenin een volle trein mijn mening over de evolutie uit de doeken moest gaan doen aan een zes-jarige, besloot ik maar pakjes drinken uit te delen.

Maar toen! Waren we in Nunspeet, op het pittoreske station aldaar. De gehuurde fiets kwam uiteindelijk, na een knusse drie kwartier wachten, en de fiets van ons Moeder werd gevonden in de stalling. Tassen werden opgebonden, Hond1 moest plassen, en Zoon1 bleek niet op de oma-fiets te passen. Dus de boel werd omgebouwd, we maakten een olijke selfie en Zoon1 liet zijn fiets vallen. Zuske nam Hond1, werd bijna onder een vrachtwagen getrokken, Zoon2 moest nodig poepen en Zoon1 viel, terwijl we net stilstonden, met fiets en al om. Zuske en ik keken elkaar aan. Wat kan er in godesnaam nog meer mis gaan, voordat we in het huisje zijn? Niks! Dat is niet mogelijk!
Onderwijl leken al mijn kleine pijntjes zich te centreren in een enkel. Maar ik kon fietsen, dus alla.

We kwamen aan. We pakten alles uit, verdeelden de bedden, en ik ging maar eens zitten zeg. En vanaf dat moment begon mijn enkel te kloppen en te bonzen en heel erg pijn te doen. Ik kon niet meer staan, niet meer lopen en toen Hond1 per ongeluk met zijn staart tegen mijn been kwispelde, ging ik bijna omver van de pijn.
'Hmmm' deden wij. En googelden zo wat over verbrijzelingen, breuken en allerhande ellendigs dat een mens zo op kan lopen tijdens een roltrapfiasco.
'Zoek je koeling' zo leerden wij van een arts met een afschrikwekkend Rotterdams accent, op een youtube filmpje. Zoek je koeling! Dus flatsten wij blokjes ijs in een theedoek, en zetten mij met het been omhoog. De Zus ging boodschappen doen, de hond uitlaten en koken, en ik zat te kermen, terwijl ik natuurlijk enorm genoot van de rustige en groene omgeving. Ja zeg, mij krijg je niet zomaar uit de vakantiestemming.
Ook niet toen Zuske daarna uit het schuurtje een extra stoel haalde, en haar hoofd zo erg stootte dat ik even dacht dat we alsnog linea recta naar de eerste hulp moesten. Ook niet toen daarna Zoon2 het zonnescherm uit deed en de ijzeren staaf waarmee hij dat deed, bovenop mijn hoofd liet vallen.
Zuske legde een werkelijk heel professioneel verband om mijn enkel en maakte de Zonen wijs dat zij in de Eerste Wereldoorlog een verpleegster was geweest.
We schonken welverdiende wijn in, en besloten er maar eens een kort en wijnovergoten nachtje over te slapen.
De volgende dag besloot ik toch een arts op te zoeken, aangezien ik nogal niet lekker werd van de pijn. Na een uur wachten in een wachtkamer, waar een Nunspeets kind zo vaak hele stapels blokken liet vallen, dat je daar met een zwak hart beter niet kon zitten wachten, vanwege de schrik elke keer, troffen wij een vrindelijke dokter aan.

Het bleek een stukkende enkelband te zijn. En wij kregen nog een heel verhaal, dat het zeg maar net zo is als met brandwonden. Hoe erger, hoe minder pijn, dus ik kon beter een compleet gebroken enkel hebben, in het kader van de pijn, in plaats van de banden, want dat is veel oppervlakkiger, maar veel pijnlijker. Ik zag de Zonen met afgrijzen luisteren, niet snappend waarom dit verhaal relevant was. Evenzogoed, legde hij een nieuw verband aan, moest ik rusten en vooral niet lopen of iets. Dus liepen wij daarna terug naar de fiets.

En, het was immers vakantie! Dus wij stuurden olijke ansichtkaarten, aten ijs en zaten op een terras en kochten ons een nieuwe voorraad wijn in.

Ook appten wij Vriendin2, dat het hier zo leuk was, en of ze ook een nachtje kwam?
En de volgende dag gingen we naar een zwemparadijs. Aangezien dat de enige activiteit was waaraan ik ook mee zou kunnen doen. Een heel goed plan. Behalve dan dat wij een hekel hebben aan zwemmen dan. Maar, hop in de bikini en de jongens waren verrukt natuurlijk, want kinderen houden altijd van zwemmen.

Ik overtrof mezelf door heel leuk mee te gaan op een paar dodelijke glijbanen, we lieten ons heel guitig meesleuren in een wildwaterbaan en we aten tosti's.
En net toen we van een buitengewoon harde glijbaan kwamen, met ons vieren tegelijk, ik het chloor uit mijn lenzen wrong en we hard lachten om het pleizier dat we hadden, keek ik naar Zuske en zag een bloedbad gaande. Bloedneus! Door al het water leek het natuurlijk nog erger dan het was, en wij keken dus allemaal radeloos om ons heen, en daar was een lieve badmevrouw die mijn bloedende zus meenam naar de EHBO.Terwijl ik achter haar aan hinkte met mijn enkel met zonder banden, keek ik opeens in het gezicht van Dochter1 en Zoon2 van Vriendin2. Hoera!!

Vriendin2 keek mij aan, keek naar mijn enkel en vroeg natuurlijk ook wat mij bezield had daar op de roltrap. En waar was Zus? Oh, die zit bloedend bij de EHBO, deed ik heel normaal, we waren inmiddels wat gewend natuurlijk. Eenmaal opgelapt bleek het kind weer ok en we zwommen nog wat, kochten extra wijn in verband met ons bezoek en toen we terug waren bij het huisje, ging Vriendin2 eens even fijn de tent opzetten, voor haar en haar nageslacht. Hups, daar lag het grondzeil, flats, daar lag de tent, de haringen lagen klaar en de slaapzakken zagen er zacht en warm uit.

'Oh jee' hoorde ik opeens.
'Wat is er kind, lukt het?' Deed ik nietsvermoedend.

De tentstokken vergeten.

Nou, daar moesten we even van gaan zitten.
Vriendin2 is een pragmatisch type en was al zo ongeveer de auto weer aan het inpakken, om huiswaarts te keren, maar ik, in vakantiestemming en inmiddels nogal oplossingsgericht bezig, bedacht een alternatief slaaparrangement. Dochter1 kon in de kast. Ik kon tussen de Zonen. Zoon2 van haar kon op de grond en zij en Zuske op de bank. Hoezee!

Blij van zin besloten we te gaan eten in het etablissement op het terrein en wij bestelden een grote hoeveelheid patat en kroketten, namen ons een biertje en daarna gingen we állemaal op het klimrek spelen. Behalve ik, want ik was al gewond genoeg, besloot ik. En ken mezelf. Klimreksgewijs.

HOP! Deed Vriendin2 in een onbewaakt ogenblik, en slingerde zichzelf uiterst charmant om een rek heen. HOP! Deed daarna ook Zuske en brak net niet bijna haar nek.
HOP! Deed mijn Zoon2 en mijn hart stond stil, maar hij landde veilig. Zoon1 heeft mijn genen en was dus veilig aan het voetballen.
Zoon2 van Vriendin2 wilde ook Hopsen, en dat leek heel aardig te lukken. Tot natuurlijk het fout ging.
KLABAM! En na een heel korte stilte, een gebrul waardoor alle naburige dorpen denk ik dachten dat er oorlog was uitgebroken. Bloed, overal bloed.

Aarghhh rende iedereen met het kind naar de restauratie om ijs. Er bleek een gat in zijn tong te zitten. Op een manier, waarover ik sindsdien nare dromen heb, serieus.
Nadat ik van mijn flauwte was bijgekomen, belde Vriendin2 de dokterspost, waarop bleek dat er niks aan te doen was en het wel zou over gaan. De kinderen kregen allemaal ijs van de campingbeheerdert en wij togen hinkend, bloedend en met bulten overal weer naar het huisje.

Eenmaal de kinderen te bedde, namen wij ons maar eens de vier liter wijn die we hadden gekocht ter hand, en besloten een vuurtje aan te leggen in de buitenkachel.

Nu was dat in de lijn der dingen een bijzonder slecht idee, hoor ik iedereen denken. Maar het ging goed. En wij vonden onszelf reuze gezellig, wij lachten onbedaarlijk en bespraken de dingen des levens zoals dat gaat, als je met vriendinnen op vakantie bent. Ik zocht nog een beetje mijn koeling, we maakten grappen over deze buitengewoon kwetsuurgevoelige vakantie en waren al met al danig in ons nopjes.

De volgende dag regende het, en omdat het hele huisje toch al een chaos van jewelste was, lieten we iedereen gebakken eieren eten, deelden we sap en snoepjes uit en keken een ongelooflijk slechte film op de tv, die zo bespottelijk was, dat erom lachen het enige was dat kon.

Uiteindelijk gingen we met buikpijn van het lachen aan het opruimen, nadat wij de kinderen de natte speeltuin in hadden gestuurd, kochten we nog maar eens een ijsje en zijn we huiswaarts gegaan.

Zelden zo'n grappige vakantie gehad. Kijk, het was niet Griekenland. En ik ben weer alleen. Maar wie is er alleen met een huisje in Nunspeet, Vriendinnen en Zonen en Dochters. Ik niet hoor.



maandag 18 juli 2016

Rabarber. En dat het vakantie is en alles.

Soms ben ik zo enorm volwassen, dan schrik ik er waarlijk van zeg.

Zo maakte ik vandaag dus bijvoorbeeld rabarber. In een pan en alles en helemaal zelf en nota bene heel biologisch uit de tuin van mijn eigenste moeder ook nog. Ik sneed de boel, kiepte het in een pan met water en hatsa. Rabarber.
Ook al moest ik de rest van de ingrediënten van mijn moeder verkrijgen omdat ik dan weer niet zo volwassen ben dat ik zelf vanillesuiker en zulks in huis heb. Maar dat zijn van die dingen, wie let daar op. Evenwel heb ik dus nu een (tupperware-achtig, ook dat nog) bakje in de koelkast staan. Met rabarber. Ook al mijn buren weten dat nu, want ik vertelde dat luidkeels op mijn terraske aan de AanstaandeAanstaande.
Ik vind, over sommige dingen moet je gewoon niet al te bescheiden doen.

Ook is er nog het feit, dat de zomervakantie dit jaar eens niet uit het niets tevoorschijn kwam. Nee hoor, ik was op de hoogte en heb zelfs plannen voor bijna alle weken.
Vroeger, toen ik nog verkeerde met de man,formerly known as Echtgenoot, schrokken wij ons altijd een aap, op het moment dat INEENS de laatste schooldag was aangebroken. En moest er als een dolle een plan bedacht worden en een camping geboekt en alles.
Nu niks van dat alles hoor! Ik had al een week van te voren cadeautjes voor de juffen, ik ga op vakantie en ook nog met de jongens allerlei leutigs doen. Ook gaan ze met hun vader naar Frankrijk, die dat óók al heeft geboekt. Ongelooflijk.
Je zou bijna zeggen dat we elkaar niet gesterkt hebben in dat soort dingen. Haha. Hahaha.

Maar eerst heeft Zoon2 deze week een heus voetbalkamp. Van Ajax zelfs. Al wekenlang moet ik hem vertellen hoeveel nachtjes slapen het nog was. En wat hij dan allemaal zou gaan doen en wanneer en hoe en met wie en hoeveel nachtjes ook al weer?
En vandaag was het zover, en dus stond ik vanmorgen met een zwaar verheugde Zoon, tussen een heleboel andere blije kindjes en een heleboel andere ouders uit Het Dorp en Het Naburige Dorp, te luisteren naar een aantal jonge frisse blonde trainerts, die zich de hele week over mijn kind gaan ontfermen.
Gelukkig komt hij 's avonds wel gewoon thuis, en vandaag was dat compleet uitgeput, maar ongelooflijk gelukkig. In een Ajax outfit, met een nieuwe Ajax waterfles en een rood gezicht van plezier en nieuwe indrukken.

Zoon1 is blij, want 'de hele week zonder zijn broertje' zoals hij stoer zegt, en mijn volledige aandacht tot zijn beschikking. Morgen gaan wij tesaam naar Amsterdam en hopelijk komt hij een beetje tot rust deze weken. Het jong is volledig aan het puberen geslagen als je het mij vraagt. Misschien omdat hij na de vakantie naar groep 8 zal gaan, en hij zichzelf dus nu nog groter dan normaal vindt. Hij wenst laat naar bed te gaan, noemt mij 'hopeloos', alleen maar omdat ik even een roze pruik opzette en dat zelf heel grappig vond, en het enige waarin ik nuttig ben, is de app van die verdomde Pokémon op mijn telefoon zetten.
Maaaaar, over twee weken gaat hij op zeilkamp. Helemaal. Alleen.
'BOEHOEOEEOOOOEEEE mijn kiiiiindjeeeee' deed ik tegen de Man (formerly..etc) toen hij met dat onzalige idee kwam.
Helemaal alleen? Een week? In Friesland? Waar ligt dat eigenlijk? Deed ik hysterisch.

Vroeg advies aan mijne ouders, aan Zuske, aan Vriendin2. En allemaal vonden zij het een prima plan zeg. Welja, dat is typisch iets voor Zoon1. Fijn eigen verantwoordelijkheid, lekker veel regels en nieuwe dingen leren bovendien.
Ik zag alleen een omgeslagen boot. Een Zoon zonder lunchpakket omdat hij daar even niet aan denkt, een zeilboot waarvan hij het voor elkaar krijgt om het zeil volledig te slopen, en misstap van de steiger, een compleet slaaptekort, allemaal stomme kinderen en misschien vergeet hij wel zijn tanden te poetsen of zo.
Zoon1 zelf echter, vond het allemaal een heel leuk idee. Zo bleek na mijn goede gesprek met het kind. Hij vond het wel een beetje zielig voor mij, dat wel. Want ik zal me wel zorgen maken zeker.
'Welnee mijn schatje, ik heb ALLE vertrouwen in jou' deed ik leugenachtig heel lief. En schonk een kommetje wijn in ter kalmering van mijzelf

Dus ja, groot is hij nu toch wel ja.
En Zoon2 dus ook. Hoewel hij heel geruststellend nog wel vanavond zijn ontzettend grote poep aan mij wilde laten zien voor hij door zou trekken.
En ik heb rabarber.
Voorts ontdekte ik dat ik ongeveer precies nu een jaar in mijn huiske woon. Ook alweer overleefd.
Rest mij nu nog me zorgen te maken over de verregaande sportiviteit van beide Zonen. Hoe komen ze daar in gódsnaam aan. Gelukkig ben ik heel volwassen, dus daar zoek ik ook wel weer een oplossing voor. Misschien even pruik opzetten om beter te kunnen nadenken.



woensdag 8 juni 2016

De liefdesbrief als middelpunt.

' Mamma, dat is niet goed voor je hoor!' 'Jij neemt wel drie sigaretjes per dag! '
Aldus Zoon2 van de week tegen mij.

' Ja dat weet ik schatje, dat weet ik.' Was mijn halfbakken antwoord.

Gelukkig is het kind nog maar een kleuterke en hoewel hij zelf denkt al goed te kunnen rekenen en tellen en alles, is het toch fijn voor mij dat zijn drie, mijn twintig is. Soms is dat wel zo prettig. Hij weet ook nog steeds niet hoe oud ik ben. Wat soms heel mooi is, want dan schat hij mij 16. Echter denkt hij rustig de dag daarna dat ik in de zestig ben. En dat ik nooit een kind ben geweest, of hij vraagt zich af waar hij toch in godesnaam was, toen ik als kind nog bij opa en oma woonde.
Was hij dan misschien al in mijn buik? Het is soms behoorlijk verwarrend om een en ander uit te leggen.

Dat het schaap zich over mij bekommert, is natuurlijk sowieso om op te eten, gelukkig weet hij niet hoeveel kommetjes wijn zijn moedertje nuttigt. Hij schenkt overigens om lief te zijn, zonder ook maar met zijn ogen te knipperen, voor mij een wijntje in in de ochtend, als ik al het sap en de melk aan mijn gebroed heb gegeven. Maar dat gaat zelfs mij te ver.

'Ah, komen jouw vriendinnen vanavond? Een wijntje drinken?' 'Heb jij wel genoeg? Of zal ik nog even voor jou naar de supermarkt gaan?'

Zoon1 is al helemaal vreselijk. 'HAHHAHAHA als jij mocht kiezen tussen nooit meer naar de Hennes, en nooit meer een wijntje, wat zou je dan kiezen?' Buldert het kind, in een bui, die mijn moeder zou noemen: je-vader-is-in-een-lollige-bui. De appel valt niet ver van de boom, blijkt maar weer.
De druif ook niet.

Ja het is allemaal nogal liefdevol he, hier in huis.
Zo liefdevol zelfs, dat Zoon2 er een schare aanbidsters op nahoudt, zo blijkt. Hij kreeg vorige week zijn eerste echte liefdesbrief. Ik vond de envelop in zijn tas, en terwijl ik deze verheugd aanschouwde, werd mij het geval direct uit de handen gemept, was ik een heeeeele stomme moeder en ontstak het kind in een huil- en driftbui. Ik denk dat het gevoelig lag allemaal.
Voorts kwam er vandaag een vader van school naar me toe, met de mededeling dat zijn dochter niet ophoudt met praten over Zoon2. En graag wil afspreken. Vanzelfsprekend juich ik dat allemaal toe, maar toen ik dat aan de zoon vertelde, werd zijn humeur er wederom niet beter op.
Zoon1 echter, knapt enorm op van deze romantische taferelen, en hij en ik grinniken voortdurend met elkaar over zijn broertje, die nogal goed bij de dames ligt. Natuurlijk niet terwijl hij dat doorheeft, want dan kunnen we ons wel bergen. Wellicht vallen alle meisjes niet alleen op zijn gezichtje en zijn heerlijke billen, maar op zijn temperament. Zal hij wel van mij hebben. Haha. Hahahaha.

Wat ik in elk geval wel van mij heb, is mijn eigen achternaam. Sinds vorige week zijn de Echtgenoot en ik officieel gescheiden zeg. Zo vernam ik van mijn advocaat. Je bent er zo nogal geruime tijd mee bezig, wordt er op den duur ook wel goed zat van, zet iets van 385 handtekeningen en hoort vervolgens heel erg lang niks, totdat er opeens toch een rechter is die een klap geeft op de hele boel en dan is het allemaal echt zo. Vond van de weeromstuit ons trouwboekje terug. Een lederen he, in plaats van een plastieken. Gaat zo lekker lang mee.
Heb 'm maar goed opgeborgen. Gooi je ook weer niet in de vullis natuurlijk. Kreeg vervolgens brief van de gemeente. Dat ik wel nog even moet tekenen en opschrijven en opsturen en dinges, als ik weer mijn eigen achternaam wil aannemen.
Heb me verbaasd. Appte de Vriendinnen. Appte de AanstaandeAanstaande. Wat? Dus anderhalf jaar van papierwerk en handtekeningen en overleg en gedoe, en dan moet ik een papier gaan invullen, dat ik niet meer de naam van de Echtgenoot op officiële papieren wil hebben? Terwijl Advocaten, Rechter, hij, ik, alles in het werk hebben gesteld om administratie rond te krijgen, hoefde nog net niet trouwring in kleine mootjes aangetekend op te sturen, zo ingewikkeld was het allemaal. Terwijl wij nog helemaal leuk doen en niet zo moeilijk bovendien.
Nee hoor, snapt gemeente niks van. Moet voddig papiertje invullen dat ik achternaam wil houden die ik al sinds geboorte heb.
Er gaan mensen voor minder aan de drank he.

Heb er maar een kommetje wijn op gedronken.
En raakte in crisis. Hoe moet ik de Echtgenoot nu noemen. Kan de man welgevoeglijk niet meer met die naam duiden natuurlijk. Einde van tijdperk zeg, bij deze.

Wat de aandacht goed afleidt, is het einde van het schooljaar. Dat toch altijd maar weer als verrassing komt. Hoewel ik dit jaar voor het eerst de zomervakantie al redelijk goed in de planning heb. Voor het eerst. Ga met de AanstaandeAanstaande een week naar de zon, ga met de Zonen naar Texel en ze gaan op voetbalkamp en op zeilkamp, en met hun vader naar Frankrijk. Zelden zo'n goed ingevulde vakantie gehad, de kinderen. Zouden zij dat ook als voordeel zien van dit alles? Ik hoop het.

En voor dat u denkt dat alles hier maar gezellig en alles is, hoorde ik vandaag dat de inval juf van de klas van Zoon1 is vertrokken. Vanwegens omdat ze nogal ongelukkig werd van de klas. Die niet zo aardig tegen haar deed. En er zijn vele details hierover, maar het komt erop neer volgens mij, dat er geen klik was tussen deze, vast heel lieve, juf, en de, ook heel lieve, klas. Kan gebeuren. Maar is dus nogal geëscaleerd en ik word daar akelig van. Een klas van 10-11 jarigen kan het dus voor elkaar krijgen dat een volwassen en ervaren vrouw opstapt, omdat ze het echt niet meer trekt. Zeer treurig, als je het mij vraagt. Dat kinderen dus zien, dat als je maar lang genoeg vervelend doet, je je zin krijgt. Denken ze. Want of dit nu is wat ze wilden...vraag ik me af. Zoon1 was er in elk geval danig van onder de indruk en ik ook.

Maar gelukkig is er dan ook altijd weer de kleuterjuf van Zoon2, die laat zien dat de mens in feite goed is. Zij neemt vluchtelingenkindjes op in de klas, die hier in Het Dorp zijn komen wonen. Spreken geen woord Nederlands, maar spreken zeker wel de taal van hun mede-kleuters. Voetballen, een appeltje eten en in de zandbak spelen. Strálend zitten deze kinderen in de klas. Hebben geen woorden nodig, maar weten dat ze nu wel veilig zijn.
Beetje als een ongelezen liefdesbrief en een afgeronde scheiding. Onwennig, maar fijn.







dinsdag 17 mei 2016

Gezinsesque, wandelen, en de nieuwe toekomst.

Het was weer zover hoor. De avondvierdaagse. Natuurlijk had ik al reeds de strookjes met 'ja we doen mee' ingeleverd, en hadden de Zonen het over de smerige sinaasappel-gewoonte, maar toch komt zulks altijd als een verrassing voor mij. Zie ik het in agenda, of hoor Vriendin2 er ineens over praten, en blijkt het opeens toch deze week al te zijn. De stress van heel vroeg eten en gedoe en alles was vandaag niet aan de orde, omdat de kinders in Het Dorp bij De Vader vertoefden, en ik alleen maar wat eten in mijzelf hoefde te stoppen en niks nie tasjes hoefde in te pakken. (Korte broek? Lange broek? Zonnebrand? Snoep, drinken, tasjes, stempelkaarten... en dat alles vóór het tijdstip waarop men normaal pas een wijntje inschenkt, alvorens te gaan koken.) Morgen is het mijn beurt, vandaag hoefde ik alleen maar op te komen dagen.

Wat ook wel weer fijn was, want had er alweer wereldreizen en activiteiten op zitten, van heb ik jou daar. Het is bijna teveel om op te noemen, maar er gebeurt nogal veel ja. Ik was in Antwerpen met de Aanstaande Aanstaande, ik was op Texel met voornoemde en Vriendin2, ik was in Huis1 van de Aanstaande Aanstaande, ik was in Amsterdam, ik was in Huis2 van mijn Ouderkes, want zij hebben zich een Stulpje aangeschaft, om vakanties en weekenden in door te brengen. Ook was ik bij de Schone Ouders, en heel soms was ik in mijn eigen Huuske, waar ik op mijn terraske de plantjes water gaf en wijn-met-ijs dronk, in de zon die opeens als een malle ging schijnen. Ik was nog een keer jarig ook, werd 37 wederom begin dertig, en kreeg nogal veel cadeaus, zeker voor iemand die eigenlijk de verjaardag fluks voorbij laat gaan, doorgaans.

Een nieuwe laptop, een nieuwe koffer, heel veel fijne bonnen om mij in het nieuw te steken, nieuwe favo schoenen, een abonnement op de Linda. en van Zoon2 allerschattigste schaaltjes, ' want daar houdt mamma van '. En dat klopt als een bus. Op de nieuwe laptop schrijf ik dit, met nogal veel plezier, want het is een paarse. Een paarse! Veel blijer word ik niet he.

Tijdens de paar dagen in Stulp2 van de Ouderkes, maakte mijn vader Het Raarste Ooit mee. Dit bleek zijn nieuwe afritsbroek te zijn, die niet afritsbaar was. Hierom moesten Zuske en ik nogal lachen, en wij vonden eensgezind, dat ons vader dan toch tot dusver een waarlijk goed leven heeft gehad. Ik sprong, zeer onkarakteristiek, in een bijzonder koud zwembad, in bikini en al, en wij dronken een aanzienlijk aantal kommetjes wijn op mijn nieuwe levensjaar.

Het was sowieso een bijzonder gezinsesque toestand allemaal, want we gingen ook nog eens naar De Dijk, in Caprera, Vader, Moeder, Zuske en ik. Er was een hoop regen, er waren poncho's, er was bier en natuurlijk de nogal leuke muziek. Uiteindelijk ging het licht pas uit, haha nadat er nog meer bier was gedronken in de Dorps Kroeg, maar dat vind ik persoonlijk een uitstekend tijdstip.

En over gezin gesproken zeg. Mijn oma overleed. Bijna 97 jaar. In slaap, met kinderen eromheen. Aan eind van leven, letterlijk. Het was mooi geweest. Mijn vader heeft geen ouders meer. Maar als je dan toch 66 bent, en dan pas geen ouders meer hebt, dan vind ik dat eigenlijk heel mooi, naast verdrietig. En ik zag al mijn nichten en neven weer, en er waren prachtige foto's en verhalen, en het was eigenlijk een mooie dag. Ik heb geen opa's of oma's meer, dat besefte ik me opeens na een app-gesprek met Nicht3. Gun ik mijn Zonen natuurlijk ook, pas ergens in de dertig in die situatie te zijn. Kan toch bepaald wel verdrietiger.

En ja, ergens in de dertig. Ben ik. Geworden. Natuurlijk was ik van zins om altijd ergens in de twintig te blijven, maar zo werkt het nu eenmaal niet. Wat kennelijk ook niet werkt, is om je leven te plannen. Daar was ik dus de laatste tijd al een beetje achter gekomen, echter is er vooral nu goeds te benoemen.

Ouders hebben Stulp2.
Zonen doen het bijzonder goed in hun beide huizen.
Ik heb een paarse laptop.
Mijn huuske blijft nog zeker anderhalf jaar onafgebroken.
Favoriete wijn is deze week in de aanbieding. Ik ben dus evenwel mijn rommelkamer aan het leegruimen.
Vond jurkje terug, waarvan ik dacht dat het kwijt was.
Heb vanaf morgen de Zonen bijna 6 dagen bij me.
Kocht mijzelf een nieuwe lamp, waarin een kleine eekhoorn zit. Ik kan er niet over uit, hoe leuk ik dat vind.
En. Grootste nieuws, voor mij, sinds draaidop op wijnfles en haarverf:

GA EIGEN WINKEL BEGINNEN!

Naast de eekhoornlamp, de paarse laptop en mijn Zonen, krijg je me toch niet gelukkiger.
Het wordt een winkel met ALLEEN maar coole dingen. Krukjes, lampen, keramiek, dingen, spullen. En koffie, thee, limonade.
Muntthee zal er niet geschonken worden. Maar er zullen lekkere koekjes zijn. Alles is met gluten en de wanden worden paars en roze en lichtblauw. Het is goed te betalen, in het kader van hoe leuk alles gaat zijn en ik zal, eindelijk, weten wat ik wil doen. Wat ik kan en waar ik goed in ben. Daar moet een mens dus een nieuw jaar voor beginnen.
Natuurlijk eerst nog even drie dagen door de duinen lopen.

Maar daarna vooral mijn nieuwe toekomst in.

zaterdag 9 april 2016

De zaterdag zonder auto, maar met een gieter.

Zoon2 zit in een fase, die ik geloof ik nog wel weet van Zoon1, maar nogal geruime tijd geleden, dus ik zit er weer vol in zeg. Denk je net dat je het ergste wel gehad hebt, begint het volgende nageslacht met moeilijke vragen, filosofische overdenkingen en ander geraaskal.

Zoon2: Jezus bestaat niet he mamma?
Ik: Nou ja, ik denk van niet, maar sommige mensen denken van wel.
Zoon2: Zijn dat domme mensen?
Ik: Neeeen kindeke, zeker niet, ze denken alleen anders.
Zoon2: Hmmm. Kunnen baby's doodgaan?
Ik: Ja, dat kan, zielig he.
Zoon2: Ja Jezus is dus doodgegaan toen hij een baby was.
Ik: Ach ja? Vertel.
Zoon2: Ja gozer, dat weet je toch wel.
Gozer Ik: Oh ja.
Zoon2: Dus hij is er niet meer, dus hij bestaat niet.
Ik: Goed verhaal liefje.
Zoon2: Wel zielig, dat die mensen die geloven in Jezus, dus een dode baby hebben.
Ik: Ja, het is erg treurig.

Na dit verfrissende gesprek ging het kind maar weer eens voetballen, sinds hij helemaal nooit meer wat anders doet, en gaf zichzelf commentaar waaruit bleek dat hij beter is dan Messi en Ajax en weet ik wat voor namen hij nog noemde. Even later zaten we samen op de fiets, onderweg naar het Dorp en meldde hij terloops dat hij maar niet hoopte dat zijn vader maar weer eens van een berg zou vallen. Nu, dat hoopte ik natuurlijk met hem, want dat zou niet best zijn. De Echtgenoot is namelijk maar weer eens op wintersport en dat houdt de gemoederen hier nogal bezig. Want hij zit in Italie, en daar woont Sinterklaas dus niet. Wat je er dan in godsnaam te zoeken zou hebben, verbaast Zoon2 zich regelmatig. Dit alles terwijl de lente zon uitbundig op ons neer straalde, zo constateerde ik tevreden ondertussen.

Wij kochten een cadeautje voor Vriend1 van Zoon2 en keuvelden over wat dit weekend ons toch allemaal zou brengen. Eerst het feestje van de Vriend, en morgen gaan we afzwemmen voor het B-diploma. Voor dit doel heeft hij een Gelukssteen van oma gekregen, waardoor het gevreesde 7-meter-gat vanzelfsprekend een peulenschil zal blijken. Evenwel heeft de Zoon weinig zin in het evenement, maar is zich er van bewust dat het verplicht is, en dat zijn lieve moeder hem gerust aan de haartjes in het zwembad zal kiepen, bij enige tegenstand. Moeder is namelijk ook nogal blij dat nu voor altijd het Zwemlesgebeuren voorbij zal zijn.

'Ik kan zeker beter zwemmen dan jij mamma? Kon jij vroeger ook al niet zwemmen omdat je haar zo blond is?' Wilde mijn eigen vlees en bloed weten.
'Ja Zoon, dat klopt allemaal' siste ik tussen tanden. Onderwijl natuurlijk lief lachend, zo ben ik hoor.

Nadat de kletskous afgeleverd was bij Vriendin2 (Moeder van Vriend1), toog ik met gezwinde pas en Zoon1 naar de trein, om naar Ikea te gaan. Ik had namelijk een paar kleine dingetjes nodig, en Zoon1 en ik houden van uitstapjes samen.

Een gieter moest ik hebben, in het kader van mijn terraske, dat ik nogal onder handen aan het nemen ben. En ik had zinnen gezet op wat leukigheden voor de kamers van de jongens.
Het was de eerste keer, zo bedacht ik me, dat ik zonder de Echtgenoot naar deze winkel ging. Mijn god wat zijn we daar vaak geweest. Wat hebben we veel pakken, dozen, lampen, zooi en spullen onze huizen binnengedragen. En oh ja, hij had altijd een auto.

Dus toen Zoon1 en ik na een hoop bombarie, gelach en schaamte van Zoon1, ik schaam me zelden buiten stonden, met twee enorme stoelen, twee lampen, een berg muurstickers, een gieter, gordijnen en een aantal kussens, was ik even in verwarring.

Waar was toch die man die op zaterdag altijd met de auto voor kwam rijden?

Zoon1 lachte zich een hoedje, haalde van de weeromstuit maar twee ijsjes voor ons en zo zaten wij later te denken hoe we dit alles nu eens thuis zouden krijgen.
'Geen paniek! Ik regel het wel!' Deed ik heel olijk. En Zoon1 rolde natuurlijk met zijn ogen. Grinnikend om zijn bespottelijke moeder.
Ik propte alle soort van kleine dingen in een grote tas en wees de Zoon aan als verantwoordelijke hiervoor. En ik hees de twee stoelen op mijn nek.

Het was bepaald een avontuur zeg. We moesten ook nog trappen op en alles. Maar, eenmaal op het perron, bleek dat we nog twintig minuten hadden, dus we stalden onze stoelen uit, ik stak een kalmerend sigaretske op en Zoon1 begon zijn muzieklerares voor mij te imiteren.Hierom moest ik zo vreselijk lachen, dat ze het denk ik in het Naburige Dorp wel hoorden. Het was echt heel gezellig. Totdat er bericht kwam dat onze trein niet van plan was om te rijden. En dus moesten wij nog een half uur langer wachten. Maar, de zon scheen, wij zaten gemoedelijk op onze stoelen, ik had een flesje water in mijn tas en de Zoon wist nog veel meer verhalen over school, waar ik wederom onbedaarlijk om moest lachen. Na een uur wachten zaten we in de trein, niet op onze stoelen, want dat vond het kind te ver gaan, maar we hadden ze wel netjes in het gangpad geplaatst. Zo constateerde de conductrice.

Eenmaal thuis, kreeg ik een groots compliment.

'Dat was gezellig mamma' kuste de grote Zoon mij. Ik moest er even van gaan zitten.

En nadat ik een verhitte Zoon2 van zijn feestje had gehaald, reorganiseerde ik mijn ganse terras rondom mijn nieuwe stoelen, vroeg Buurman2 om mij te helpen om allerhande zwaars te verplaatsen en nam uiteindelijk een kommetje wijn, in de zon, op mijn nieuwe stoel, kijkend naar mijn nieuwe gieter.
Het kan mooi lopen, zo op een zaterdag.

Totdat ik weer in de realiteit kwam door Zoon2, die het nodig vond om te vermelden, dat hij met zijn 'spitse ogen' vanavond tot wel midden in de nacht zou gaan voetballen.
U snapt dat het naar bed gaan ritueel een klein beetje voeten in de aarde had. Maar hee, mijn handen zaten immers ook al steeds in de aarde, dus dat kon ik best hebben.



zaterdag 26 maart 2016

Ieder nadeel heeft voordeel. En de opgeschroefde piemel.

Vandaag was ik nogal in mijn nopjes met Zoon2 zeg. Het kind had vanmorgen voetbal, en ook al was het zaterdagochtend en had ik met het Zuske een paar kommetjes wijn gedronken gisteren, en later ook nog met de AanstaandeAanstaande, ik was fris en vrolijk en aangekleed en alles. Want het enthousiasme waarmee Zoon2 zin heeft in voetbal, is aanstekelijk. Ik trok nog net geen scheenbeschermers aan, maar het scheelde weinig.
Na afloop van de wedstrijd in zijn mini-team appte ik de Echtgenoot, dat onze zoon waarschijnlijk binnenkort gescout gaat worden, want zelden heeft iemand een 6-jarige zo goed zien spelen. Hij won met 12-10, waarvan hij 12 doelpunten had gemaakt. Hij was aanvallert, hij was keepert en hij verdedigde of het een lieve lust was. Ik vroeg me natuurlijk meteen wel af, hoe ik het zou doen als voetbalvrouwmoeder.
Heb denkelijk wel paar nieuwe jurkjes en schoenen nodig.

Zoon1 zat gisteren nog in Het Johan Cruijff Stadion De Arena, voor een wedstrijd samen met zijn allernieuwste aanstaandeaanstaande soort van broer en met zijn aanstaandeaanstaande Oom2 en Neef2. Gehuld in oranje shirts en petten en sjaals gingen ze op weg, om mij, het moederhart, achter te laten met gedachtes aan enge pakketjes en bommen, in een Arena vol met mensen tegen Frankrijk. Maar alla, daar was Zuske en daar was de wijn, dus ik keek niet op nu.nl en wij bespraken gewoon maar leuke dingen. Tegen middernacht kwam de boel veilig en wel thuis en gingen te bedde. Zoon2 sliep bij opa en oma, waarvan ik weet dat er niks anders dan veiligheid, limonade en Hond2 is, dus een zorg minder.

Na de indrukwekkende wedstrijd vanmorgen, moest Zoon2 zwemmen. En dat was wel een momentje ja. De allerlaatste zwemles. Ever. Over twee weken gaat hij afzwemmen voor zijn B-diploma en vandaag was de laatste les. De laatste keer dat ik de berg op moest fietsen, de laatste keer dat ik gutsend van het charmante zweet stond te zwaaien naar mijn kind die het hoofd boven water probeerde te houden. De laatste keer afdrogen tussen 20 andere natte kindjes, voetjes in klamme sokjes proppend en de laatste keer een zwembroek uitwringen tussen 20 andere vaders en moeders, boven hetzelfde putje in de vloer. Na Zoon1 was ik al blij dat het even voorbij was. Nu is het echt voorbij. Mijn kinderen verzuipen niet meer. Dat betekent dat ik niet meer in bikini hoef in helse zwembaden, maar aan de bar kan blijven zitten. En het betekent dat ik op het strand of aan het duinmeertje, gewoon een boekje kan lezen, zonder dat mijn vlees en bloed aan het verdrinken blijken te zijn. Geeft toch een andere dimensie aan een zomerse dag.

Het is toch een mijlpaal. Weer wat overleefd, weer wat bereikt. Ook alweer anders dan ik ooit bedacht had.

Verder wist Zoon2 vanmiddag mijn aandacht ook alweer af te leiden, door opeens te vragen wie eigenlijk de opa en oma van Zoon1 waren toen hij klein was? Ik zag Zoon1 vanuit mijn ooghoeken zich klaar maken voor een fiks relaas over het hoe en wat, maar ik kon hem met een deugdelijke dodelijke blik tot zwijgen stemmen. Ik legde zo wat uit over ouders, opa's en oma's en zulks, waarop het kind zich geroepen voelde om mij en zijn broer in een innige omhelsing te sluiten. Nu ben ik natuurlijk ook maar gewoon zomaar iemand, maar ik was tot tranen toe geroerd zeg. Beide jongens aan mijn borst en in mijn armen, en ze waren elkaar ook niet eens aan het afmaken. Het was een mooie minuut, daar in mijn keuken. Waarop ik mijn moederhart voelde overlopen en ik dingen zei, in de trant van Jullie Zijn Het Beste Dat Ik Heb en Oh Wat Ben Ik Toch Een Gelukkige Mamma Met Zulke Zonen.
Zoon1 keek mij soort van vriendelijk aan, dat wel, en Zoon2 vroeg zich terstond af of ik ook zoveel van hem zou houden als hij bijvoorbeeld een heel ander kindje was geweest?
Voor ik antwoord kon geven, begon Zoon1 een verhaal over eitjes en zaadjes. Ik was zeer geintrigeerd, dus ik liet 't maar even. Echter, was het verhaal kort, omdat Zoon2 aangaf dat allemaal ALLANG te begrijpen. Want:
'Jij en pappa hebben mij gemaakt toch mamma?' Vroeg hij belangstellend.

'Jazeker liefje' zo bevestigde ik zijn vraag.

'Maar wie heeft dan precies wat gemaakt?' Wilde hij graag analytisch te werk gaan.

'Nou, wij allebei van alles een beetje he, zoiets' Deed ik gewoon zoals dat betaamt.

'HAHAHAHAHA nou ik denk dat mamma niet jouw hersens heeft gemaakt hoor' bulderde de afvallige Zoon1 er tussendoor.

Ja, nou, toen kon ik niet anders he.

'Weet je lieve Zoon2, ik ben een moeder he, en dan weet ik dus zeg maar alles. En ik weet heel zeker, dat ik jouw mooie gezichtje heb gemaakt, en jouw lekkere billen, jouw mooie ogen, jouw leuke haar, jouw grappigheid, jouw slimheid, jouw voetbalbenen en dat jij zo lief bent.'

Hierop had Zoon1 even niks te zeggen. Zoon2 keek mij even sprakeloos aan. En zei daarna:

'Pappa heeft dan zeker mijn piemel gemaakt? Erop geschroefd of zo?'

Daarna moest ik zo hard lachen, dat ik bijkans gereanimeerd moest worden.

En zo was het toch nog 1-0 voor mij. Zo voelde het tenminste. En zo heeft ieder nadeel zijn voordeel.